Blog 3: Achter de schermen van Clarkson’s Farm

Onlangs keek ik naar een aflevering van Clarkson’s Farm. Jeremy Clarkson vroeg zich hardop af wie eigenlijk wilde dat de geiten op de boerderij zouden blijven. Vervolgens draaide de camera zich om naar de filmploeg. Tot mijn verbazing gingen daar allerlei handen omhoog. Het was een grappig moment, maar vooral ook een zeldzaam moment. Normaal gesproken zie je de crew nooit.

Dat moment bleef me bij. Niet in de laatste plaats omdat Clarkson’s Farm één van mijn favoriete programma’s is.  Het ene moment is het hilarisch, het volgende moment serieus of zelfs ontroerend. Bovendien voelt het allemaal echt. Niet alsof mensen een rol spelen of scènes naspelen voor de camera, maar alsof je meekijkt met wat er daadwerkelijk gebeurt. Misschien was ik daarom nog wel het meest verbaasd door wat er daarna in beeld kwam. Ineens zag je cameramensen, geluidsmensen, producers en andere crewleden verspreid door het weiland (zie foto’s rechts).

En toen gebeurde er iets geks. Ik keek niet meer naar Jeremy Clarkson. Ik keek naar de mensen achter de camera. Want op televisie voelt Clarkson’s Farm vaak alsof Jeremy met hooguit één cameraman door de velden loopt. De werkelijkheid ziet er heel anders uit. Op één beeld telde ik al meer mensen dan je als kijker gedurende een heel seizoen vermoedt.

Dat deed me denken aan een aflevering van Hotel Impossible die ik jaren geleden zag. Ook daar kwam de crew onverwachts in beeld. Waar je normaal gesproken vooral de presentator ziet rondlopen, bleek er achter de schermen een complete ploeg aanwezig te zijn. Cameramensen, geluidsmensen, productie en regie. Sindsdien kijk ik heel anders naar televisie.

Misschien is dat ook een beroepsdeformatie. Terwijl de gemiddelde kijker naar Jeremy Clarkson kijkt, kijk ik automatisch naar de camera’s, de microfoons en de mensen die nét buiten beeld staan. Ik vraag me af hoe een scène is opgenomen, hoeveel mensen erbij aanwezig waren en hoeveel voorbereiding eraan voorafging.

Zelf werk ik het liefst met zo min mogelijk mensen. Hoe minder camera’s, microfoons en crewleden er aanwezig zijn, hoe groter de kans dat mensen zich op hun gemak voelen en gewoon zichzelf blijven. Juist daarom vond ik het zo opvallend dat Clarkson’s Farm, ondanks die grote ploeg, nog steeds zo natuurlijk aanvoelt.

Documentairemakers als Frans Bromet en Michiel van Erp zijn daar mooie voorbeelden van. Geen grote ploeg die een situatie overneemt, maar een minimale bezetting waardoor mensen vaak al snel vergeten dat ze gefilmd worden.

Zelf blijf ik toch de voorkeur houden voor kleine crews. Een cameraman, een geluidsman en verder zo min mogelijk mensen. Hoe minder aanwezigheid, hoe kleiner de kans dat je de werkelijkheid beïnvloedt. Maar eerlijk is eerlijk: na het zien van die beelden uit Clarkson’s Farm ben ik wel iets minder stellig geworden. Want als een ploeg van twintig mensen een serie kan maken die zo echt aanvoelt, dan doen ze blijkbaar iets heel goed.